vrijdag 21 november 2014

Ontmoeting op B1



Het is tien over één als ik het Hersencentrum verlaat. Met mijn jas over mijn arm en mijn petje in de hand. Vanuit onze kamer midden in het ziekenhuis kan ik niet goed zien of het buiten regent. Ik ga de klapdeuren door en wil de gang rechtsaf inslaan. Midden op dit kruispunt van gangen zit een vrouw in een rolstoel te wachten, haar gezicht naar me toegewend. Ik wil langs haar lopen, maar als mijn blik de hare kruist, spreekt ze me aan. “Zou u mij even naar de uitgang willen brengen?”
Ik houd mijn pas in. Natuurlijk wil ik dat.
“Zal ik uw jas dan even vasthouden?” stelt ze voor.
Ik leg mijn spullen op haar schoot, waar al van alles ligt. Het is zo’n simpele leenrolstoel van het ziekenhuis.
Ze bedenkt zich. “Of eigenlijk wil ik graag naar het restaurant. Ik heb sinds vanmorgen 8 uur niks gegeten. Ja, draai me maar om.”
Ik pak de handvaten en duw de rolstoel voor me uit. “Dan zult u wel honger hebben,” zeg ik tegen haar achterhoofd.
“Ik voel het nu pas. Ik heb net gehoord dat ik stabiel ben. Ik ben opgelucht. Mijn man ligt hier ook, ik wil nog graag voor hem kunnen zorgen.”
“Dus u hebt goed nieuws gekregen.”
“Ik heb uitzaaiingen, maar het is toch stabiel. Dat ik uitzaaiingen heb, hoorde ik vandaag eigenlijk voor het eerst. In mijn bekken. Ik heb een hormoonkuur gehad, dat houdt het een tijdje stabiel.”
“Dus dat slaat goed aan...”
“Ben u ook patiënt hier, of…?”
“Ik werk hier, als redacteur. Ik werk aan de website.”
“O. Ik ga zo eerst even een broodje eten en dan gelijk weer naar mijn man, die ligt boven. Hij heeft een hersenbloeding gehad. Ik wil snel weer naar hem toe. Ik ben zo blij dat ik stabiel ben. Ik wil zo graag nog een tijdje voor hem zorgen. Hier naar rechts.”
Ik rijd haar naar de toonbank van het restaurant.
“Zo is het goed. Dankjewel.”
Ik loop om de rolstoel heen en glimlach naar haar, blij met de taak die ik zojuist heb mogen vervullen. Ik kijk in haar ogen en zie de blik van iemand die al afscheid heeft genomen. Ik heb die blik eerder gezien. Bij mijn moeder, in de laatste weken van haar leven.


zaterdag 20 september 2014

El Niño



El Niño manifesteert zich weer. Hoe dat komt?
‘Als je dat weet, kun je er de Nobelprijs mee winnen’, zegt de meteoroloog.
‘Ik heb wel een idee wat de oorzaak is,’ zegt Andrea.
‘Ik ook. Wat denk jij?’
‘Ik denk dat het door vulkanische uitbarstingen komt in de oceaan. En jij?’
‘Ik denk dat de aarde in de overgang is en dat het opvliegers zijn, warmtegolfjes. Omdat het leven van de aarde veel langzamer gaat en de levenscyclus veel langer is dan die van een mens, komen die warmtegolfjes maar eens in de paar jaar voor. Maar dan heeft het ook een niet te missen impact op de bewoners van deze planeet.’
‘Over projectie gesproken!’

Het is te hopen dat ik het mis heb, want de overgang luidt het einde van de vruchtbaarheid in, en als de aarde niet meer vruchtbaar is, is het met ons gedaan. Maar als ik wél gelijk heb, wil ik graag delen in de Nobelprijs met de natuurwetenschapper die deze hypothese van Van Teeseling van controleerbare onderbouwing gaat voorzien.